Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004
Alinea 108 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4504.
40. Het lijkt mij aannemelijk dat er verband bestaat tussen de in art. 475a Rv. tot uitdrukking komende beperking, en de in alinea 38 hiervóór onderzochte beperkingen van het recht van de schuldeiser tot uitwinning. Als dat zo is, is een prestatie in de zin van art. 475a Rv. (mede) dan "naar haar aard niet voor beslag" vatbaar, als verdere tenuitvoerlegging langs de weg van (openbare) verkoop onmogelijk is (of praktisch zodanig bezwaarlijk uitvoerbaar, dat dat met onmogelijkheid op één lijn gesteld moet worden). De aard van de betreffende prestatie verzet zich niet zo zeer - of niet slechts - tegen beslag omdat het niet aangaat dat de bedoelde prestaties aan de (oorspronkelijke) crediteur worden onttrokken (ik gaf al aan dat er geen "sociale" gronden behoeven te bestaan die aan uitwinning in de weg zouden staan); die aard verzet zich daar (ook, en vooral) tegen omdat de beoogde prestaties niet adequaat langs de weg van individuele executie te gelde kunnen worden gemaakt, en de wet andere wijzen van te gelde maken dan (openbare) verkoop, als regel niet voor individuele schuldeisers beschikbaar heeft willen stellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e, en de alinea staat in dat document op bytes 59781 tot 60929.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e | shasum -a 256