Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004

Alinea 126 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4504.

49. Deze arresten vormen een aanwijzing dat het enkele feit dat voor het tot stand komen van een (toekomstige) vordering nog een wilsuiting van een van de partijen vereist is, er niet aan in de weg hoeft te staan dat de vordering wordt beoordeeld als "haar onmiddellijke grondslag" vindend in de voorheen reeds bestaande rechtsverhouding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e, en de alinea staat in dat document op bytes 69911 tot 70263.