Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004

Alinea 147 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4504.

57. Van de aan weerszijden benadrukte argumenten meen ik, zoals bleek, dat daarop het nodige valt af te dingen (waardoor de consequenties niet die schrille kleuren hebben, waarin de partijen die geschilderd hebben). Bovendien beoordeel ik de aan weerszijden aangevoerde bezwaren en problemen (voorzover die bij de door mij verdedigde uitkomst nog reëel zijn) als van een vergelijkbaar, en grosso modo ook van gelijk gewicht zijn - wat betekent dat ze in totaal geen doorslaggevend argument voor een keuze in de ene of de andere zin (kunnen) opleveren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e, en de alinea staat in dat document op bytes 80721 tot 81286.