Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004
Alinea 191 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4504.
30 Partijen zijn er in dit verband van uit gegaan dat de cliënt dit op twee manieren kan doen, namelijk door zelf (contant) geld ten laste van het krediet op te nemen, of door betalingsopdrachten ten gunste van derden te doen. Dat zijn in de praktijk waarschijnlijk de belangrijkste varianten waarin "afroep" zich voordoet, maar er zijn natuurlijk nog de nodige andere mogelijkheden of subvarianten, zoals: het trekken van een wissel of cheque (c.q. het aanbieden van een reeds eerder getrokken wissel/cheque), het honoreren van een (eerder afgegeven) periodieke betalingsopdracht, of de opdracht aan de bank zelf (bijvoorbeeld tot aankoop van effecten ten laste van het krediet) - waarbij de verzekerde positie van de bank als crediteur een complicatie kan opleveren. Een moderne variant, dispositie met gebruik van de credit-card, komt ter sprake bij Verdaas, TvI 2002, p. 38 (zie ook diens noot onder JOR 2003, 132, alinea 5).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e, en de alinea staat in dat document op bytes 94125 tot 95069.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e | shasum -a 256