Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004

Alinea 206 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4504.

45 Parlementaire Geschiedenis, 1992, t.a.p. p. 155. Aldaar wordt er klaarblijkelijk van uitgegaan dat toekomstige "termijnen" van huur- of loonbetalingen niet op voordien reeds "bestaande" (voorwaardelijke of aan tijdsbepalingen onderworpen) vorderingen berusten, maar in dit verband als "toekomstige vorderingen" hebben te gelden - een opvatting die in HR 30 januari 1987, NJ 1987, 530 m.nt. G., rov. 3.2 wordt bevestigd. Blijkens HR 25 januari 1991, NJ 1992, 172 m.nt. HJS, rov. 3.3 - en in overeenstemming met de aangehaalde wetsgeschiedenis - staat dit aan beslag op toekomstige huurtermijnen niet in de weg.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e, en de alinea staat in dat document op bytes 99495 tot 100121.