Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004
Alinea 208 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4504.
47 Parlementaire Geschiedenis Invoeringswet Boek 3, 1990, p. 1337. Deze ontwikkeling vormt de verklaring voor wat Verdaas, TvI 2002, p. 37, blijkbaar als een onvoldoende doordachte "verspreking" in het wetgevingsdebat beoordeelt. Ik denk dat Verdaas daarmee aan de bedoeling die aan een expliciet in de tekst van art. 3:239 BW aangebrachte wijziging moet worden toegekend, onvoldoende recht doet wedervaren. Zie ook de (mij overigens niet in alle opzichten duidelijke) Parlementaire Geschiedenis Invoeringswet Boek 3, 1990, p. 1197 - 99.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e, en de alinea staat in dat document op bytes 100269 tot 100819.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e | shasum -a 256