Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004
Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4504.
4.2.2. De bereidheid van banken om betalingsopdrachten uit te voeren, is een vorm van dienstverlening die een zekere economische waarde vertegenwoordigt. De cliënten van een bank zijn bereid om daartegenover rente of provisie en dergelijke te betalen. De aanspraak van de rekeninghouder op een dergelijke dienst, hoezeer ook een vermogensrecht in de zin van artikel 3:6 BW waarvan de nakoming in rechte kan worden afgedwongen, is niet een vordering die voorwerp van tenuitvoerlegging kan zijn op de wijze voorzien in de tweede afdeling van boek 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en dan resulteert in een betaling aan de beslaglegger in plaats van aan de beslagen rekeninghouder. Het als gevolg van een beslag op "kredietruimte" eventueel niet mogen uitvoeren van een opdracht tot betaling aan een derde, leidt niet tot een geldvordering van de rekeninghouder op de bank, hoogstens tot een minder hoge schuld aan de bank. Overigens geldt hetzelfde voor het recht van de beslagdebiteur op andere vormen van dienstverlening, die evenmin vatbaar zijn voor derdenbeslag: eventuele rechten op een advies, op uitvoering van een vervoersopdracht of op een reclameontwerp, zijn niet vatbaar voor derdenbeslag, ook niet als de dienstverlener zich verplicht had de dienst op krediet te verrichten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e, en de alinea staat in dat document op bytes 9333 tot 10649.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e | shasum -a 256