Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004

Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4504.

b) Daartegenover wordt er - opnieuw: in de nog te behandelen literatuur - op gewezen dat ontkennende beantwoording van de vraag betekent dat de cliënt "gewoon" over het hem ter beschikking staande krediet kan blijven beschikken. Hij kan dat dus, tot mogelijk nadeel van de beslagleggende crediteur, (blijven) aanwenden en zelfs geheel uitputten. Bevestigende beantwoording zou deze mogelijkheid blokkeren (waarmee ook meteen duidelijk wordt dat de beslagdebiteur daardoor benadeeld wordt. Hij kan dan immers niet meer over "zijn" krediet beschikken). Sommigen spreken de vrees uit dat dit ernstige nadelige gevolgen kan hebben, zelfs op macro-economisch niveau (o.a. doordat de bereidheid van banken om krediet te verlenen belangrijk zou kunnen verminderen).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e, en de alinea staat in dat document op bytes 22322 tot 23094.