Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4504.
c) Banken wijzen er verder op dat bevestigende beantwoording van de vraag voor hen een grote (vooral administratieve) belasting zou betekenen, mede in het licht van HR 10 januari 1975, NJ 1976, 249 m.nt. B.W. ("O. dat het eerste onderdeel... etc.") en HR 27 januari 1989, NJ 1989, 422 m.nt. PvS, rov. 3.3. In deze arresten werd bevestigd de jurisprudentie die ertoe strekt dat betalingen ten gunste van een rekeninghouder die ná een beslag bij diens bank "binnenkomen", niet door het beslag worden getroffen. De bank zou, zo wordt gesteld, daarom telkens moeten onderzoeken of disposities van een cliënt met "kredietruimte" kunnen worden gehonoreerd ten laste van buiten het bereik van het beslag gebleven gelden (met name: na het beslag ontvangen gelden), of juist geheel of gedeeltelijk tot "aanspreken" van het eerder nog niet gebruikte krediet zouden leiden. In het eerste geval zou de bank verplicht zijn aan de dispositie gevolg te geven, terwijl dat in het tweede geval juist tot aansprakelijkheid van de bank zou leiden. Ook dit gegeven zou, zo wordt verdedigd, aanleiding kunnen geven tot beperkingen van de bereidheid tot het verstrekken van krediet; én het levert een (onaanvaardbare) belasting van de derde-beslagene - de bank - op.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e, en de alinea staat in dat document op bytes 23102 tot 24362.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e | shasum -a 256