Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004

Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4504.

Intussen neemt de wet (in art. 3:83 BW) tot uitgangspunt dat vorderingsrechten overdraagbaar zijn. Dat impliceert dat een debiteur als "normaaltype" voor lief heeft te nemen dat hij een ander als crediteur tegenover zich kan krijgen. Dat enkele feit is dan gewoonlijk niet voldoende om het argument te kunnen ondersteunen, dat de debiteur zou worden benadeeld door het feit dat "zijn" verplichting als verhaalsobject wordt aangewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e, en de alinea staat in dat document op bytes 28072 tot 28520.