Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4504.

De vraag in deze zaak is intussen, hoe dit verhaal in het kader van de verschillende (executie)middelen die de wet aan individuele schuldeisers biedt, vorm zou kunnen krijgen. Men kan daarbij denken aan beslag/uitwinning van het optierecht zelf, dus door verkoop van het optierecht aan gegadigden (wat bij ter beurze verhandelbare effecten-opties alleszins denkbaar is(17)); of aan beslag op de met de optieovereenkomst verbonden vorderingsrechten ten laste van de wederpartij van de optiegerechtigde, in de vorm van derdenbeslag. In het tweede geval is dan de vraag, of de beslaglegger in de plaats van de oorspronkelijke rechthebbende het uit de optieovereenkomst voortvloeiende recht kan uitoefenen, in het verlengde van het feit dat derdenbeslag er, globaal gezegd, uiteindelijk toe leidt dat de verschuldigde prestatie aan de beslaglegger moet worden voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e, en de alinea staat in dat document op bytes 33779 tot 34656.