Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004
Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4504.
Intussen geldt - nu eenmaal - dat, zoals in de alinea's 7 - 11 hiervóór besproken, de wet het uitgangspunt inneemt dat alle vermogen van een debiteur tot verhaal strekt; en geldt verder dat het, in het hier verzonnen voorbeeld, ongetwijfeld om een waardevolle "bezitting" van de debiteur gaat; èn dat zich geredelijk omstandigheden laten denken waarbij (openbare) verkoop van het optierecht zélf niet mogelijk, of praktisch zeer bezwaarlijk is (bij optierechten die niet ter beurze verhandeld (kunnen) worden zal dat niet zelden het geval zijn). Zou dan niet levering van de prestatie aan de beslaglegger de aangewezen variant zijn om aan de strekking die de wet klaarblijkelijk beoogt, het best tegemoet te komen(20)?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e, en de alinea staat in dat document op bytes 35559 tot 36294.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e | shasum -a 256