Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004

Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4504.

21. Op dit punt aangekomen, herinner ik aan het in alinea 17 hiervóór besprokene: het recht uit een optie - hetzelfde geldt voor het recht dat in het algemeen aan een nog voor aanvaarding vatbaar aanbod voortvloeit - is niet een recht-zonder-meer, maar een recht dat slechts onder aanvaarding van de daaraan inherente verplichtingen kan worden uitgeoefend. Ik denk dat de overeenkomsten tussen (andere) opties enerzijds, en het recht tot het opnemen van krediet jegens zijn bank anderzijds dusdanig zijn, dat het laatstgenoemde recht in dit opzicht net zo beoordeeld moet worden, als de eerstgenoemde rechten(25).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e, en de alinea staat in dat document op bytes 39461 tot 40090.