Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004
Alinea 79 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4504.
22. Dat betekent dat, zélfs als men de in alinea 16 hiervóór gestelde vraag positief zou beantwoorden (en dus aanneemt dat de derde-beslaglegger op rechten uit hoofde van een optie, in voorkomend geval kan verlangen dat de prestatie waar de optie recht op geeft aan hèm wordt verricht), de partij die derdenbeslag legt op "kredietruimte" er géén aanspraak op kan maken dat zij het "optierecht" van de cliënt van de bank mag uitoefenen (en dat die partij daarbij overigens ook geen redelijk belang heeft).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e, en de alinea staat in dat document op bytes 40110 tot 40635.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e | shasum -a 256