Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004

Alinea 81 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4504.

Het eerste (men kán een optierecht als dit eenvoudig niet door een derde laten uitoefenen) is het geval, omdat de beslaglegger de tegenprestaties die in verband met het krediet zijn bedongen, niet kan honoreren: de bank zal immers bij de krediettoezegging zekerheden hebben bedongen, en in de hier gevolgde gedachtegang zou de beslaglegger dezelfde (of gelijkwaardige) zekerheden moeten bieden (die de bank dan gewoonlijk naar goeddunken zou kunnen aanvaarden, of als ontoereikend afwijzen). De hier geschetste optie (of daarmee vergelijkbare rechtsfiguur) is daarom dusdanig verbonden met de eigenaardigheden van de relatie tussen de bank en de cliënt, dat aanvaarding van het pakket aan rechten en verplichtingen uit die optie door een derde onmogelijk is, of in ieder geval klaarblijkelijk indruist tegen de strekking van de overeenkomst tussen bank en cliënt(27).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e, en de alinea staat in dat document op bytes 41003 tot 41887.