Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004
Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4504.
25. Het zal duidelijk zijn dat het hiervóór verdedigde (ook) dáárop berust, dat men de uit een optie (of aanbod anderszins) voorvloeiende rechten en verplichtingen niet willekeurig van elkaar mag scheiden - zodat een derde die verhaal zoekt, de aan die rechtsfiguren verbonden lusten niet als verhaalsobject mag aanwijzen, zonder zich de daarmee direct verbonden lasten aan te trekken. Ik meen dus dat er in dit opzicht een onderscheid bestaat ten opzichte van, bijvoorbeeld, de rechten uit een reeds tot stand gekomen overeenkomst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e, en de alinea staat in dat document op bytes 42664 tot 43213.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e | shasum -a 256