Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004

Alinea 90 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4504.

30. Betreft het echter een "hoogstpersoonlijke" prestatie (wat in de gegeven casus niet in de rede lag), en heeft de derde-beslagene er belang bij zich daarop te beroepen, dan komt dat recht hem toe: hij kan (behoudens de beperkte uitzonderingen die uit het derdenbeslag voortvloeien) door dat beslag niet tot iets verplicht worden wat hij ingevolge de aanvankelijk geldende rechtsverhouding niet hoefde te aanvaarden(29). Dat geldt zowel voor de optie als voor de voltooide overeenkomst; met dien verstande dat aan een optie misschien wat eerder een "persoonlijke" inhoud moet worden toegekend, dan aan het uit een overeenkomst voortvloeiende recht op prestatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e, en de alinea staat in dat document op bytes 47624 tot 48300.