Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004

Alinea 92 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4504.

31. Uit de voorafgaande beschouwingen zal al zijn gebleken hoe ik denk over de positie die ontstaat, nadat de cliënt van een bank een "afroep" onder de hem ter beschikking staande kredietruimte heeft gedaan(30). Dat geval is immers vergelijkbaar met - als het al niet moet worden inbegrepen onder - de gevallen waarin het wilsrecht tot uitoefening van een optie c.q. het aanvaarden van een aanbod daadwerkelijk is benut, met als gevolg dat een overeenkomst (al-dan-niet in aanvulling op een al bestaande rechtsverhouding, zoals bij een kredietrelatie-met-rekening-courant het geval is) tot stand is gekomen, waaruit (nadere) rechten en verplichtingen zijn ontstaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e, en de alinea staat in dat document op bytes 48395 tot 49074.