Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 november 2004

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 19 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4743.

10. Dit middel faalt. Na te hebben vooropgesteld dat Witadi op grond van het in art. 7:26 tweede en derde lid BW neergelegde beginsel van gelijk oversteken er alle belang bij heeft niet tot levering te worden verplicht dan tegen een rechtens voldoende aannemelijke koopprijs, heeft het hof in zijn door het middel gewraakte negende volzin van rechtsoverweging 5.2 overwogen dat feiten en/of omstandigheden waaruit zou moeten volgen dat [eiseres] een zodanig belang heeft bij de overdracht aan haar van het perceel dat een belangenafweging reeds op voorhand en los van een prognose over de koopprijs tot een andere beslissing zou moeten leiden, zijn gesteld noch aannemelijk gemaakt. Het middel laat na onder verwijzing naar vindplaatsen in de gedingstukken aan te geven dat feiten als door het hof bedoeld wél zijn gesteld of aannemelijk gemaakt. Het volstaat ermee aan te geven dat uit de memorie van grieven van Witadi blijkt dat Witadi "wél begrepen had waarom [eiseres] een spoedeisend belang had bij naleving van de door de bindend adviseurs geboden regeling". Daarbij verdient aantekening dat de door het middel bedoelde passage uit de memorie van grieven niet zozeer ingaat op de kwestie van een inbreuk op het beginsel van gelijk oversteken, doch benadrukt dat sprake is van een groot restitutierisico nu [eiseres] heeft betoogd dat zij een zeer groot belang heeft bij levering omdat zij het perceel wil doorverkopen aan diverse gegadigden. De in het middel betrokken stelling dat de notariële akte van 23 december 1993 Witadi tot levering verplicht en dat tussen partijen in zoverre geen strijd bestaat of kan bestaan over de onherroepelijk vaststaande verplichting tot levering, miskent dat tussen partijen vaststaat dat bedoelde akte slechts een koopoptie en geen verplichting tot levering bevatte, terwijl Witadi bovendien geen partij was bij die akte en de in die akte belichaamde overeenkomst. De stelling dat sprake is van een transactie waarin reeds over een bepaald element (de levering) overeenstemming is bereikt, bouwt op de hiervoor genoemde stelling voort. Uit de bestreden rechtsoverweging blijkt dat het hof niet heeft miskend dat [eiseres] het standpunt inneemt dat haar vorderingen voor toewijzing gereed liggen en dat Witadi in een bodemprocedure dient duidelijk te maken of de bindende taxatie zodanig veranderd moet worden dat zij meer of minder dient te krijgen dan de deskundigen bepaalden; het hof heeft dit betoog immers verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60f4f92d60d83230921e5d3d13acf1957bf0235f9a645caddb52c7d75a589ddd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60f4f92d60d83230921e5d3d13acf1957bf0235f9a645caddb52c7d75a589ddd, en de alinea staat in dat document op bytes 23137 tot 25617.