Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 november 2004
Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 19 november 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4743.
13. Middel 3 klaagt dat het hof is voorbijgegaan aan de essentile stelling van [eiseres] dat in het onderhavige kort geding niet een in het oog lopende reden bestaat om het bindend advies op grond van art. 7:904 BW te vernietigen en dat daarom Witadi het perceel moet leveren tegen het door de deskundigen genoemde bedrag, waarna Witadi door de bodemrechter kan laten beoordelen of een verborgen, althans een niet in het oog lopende, reden bestaat om de bindende taxatie te veranderen. In het bijzonder speelt hierbij een rol, aldus het middel, dat het hof heeft miskend dat de leveringsplicht van Witadi stamt uit de notariële akte en niet uit het bindend advies.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60f4f92d60d83230921e5d3d13acf1957bf0235f9a645caddb52c7d75a589ddd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60f4f92d60d83230921e5d3d13acf1957bf0235f9a645caddb52c7d75a589ddd, en de alinea staat in dat document op bytes 26291 tot 26969.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/60f4f92d60d83230921e5d3d13acf1957bf0235f9a645caddb52c7d75a589ddd | shasum -a 256