Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004

Alinea 201 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP5230.

7.6. Ook feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan in een ander jaar dan het jaar dat in geschil is kunnen van belang zijn voor de beoordeling van de vestigingsplaats in het jaar waarop het geschil betrekking heeft.(164) Een zekere beoordelingsperiode kan bij het onderzoek naar de vraag waar de vestigingsplaats van het lichaam is gelegen weliswaar in ogenschouw worden genomen, maar dan dient de feitelijke situatie, waaronder de (omvang van de) door het lichaam uitgeoefende - al dan niet deskundigheid vergende - activiteiten, in die periode wel voldoende vergelijkbaar te zijn. Bij deze beoordeling komt aan het verleden in beginsel een grotere bewijskracht toe dan aan stellingen en voornemens die betrekking hebben op de nog onzekere toekomst. Zie voor een arrest dat name ziet op bewijslastproblemen HR 1 juli 1987, BNB 1987/306*.(165)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2290420be7d34f2a5d97d882259e3960fa8200ecc2fdb0143bb56e0a8ba288f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2290420be7d34f2a5d97d882259e3960fa8200ecc2fdb0143bb56e0a8ba288f, en de alinea staat in dat document op bytes 117672 tot 118539.