Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004

Alinea 136 Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP6783.

13 In deze theorie verliest de dochtermaatschappij zowel haar subjectieve als objectieve belastingplicht. Vgl. A.J. van Soest, De regeling van de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting (Artikel 14 Wet Vpb. 1969), blz. 27, Fed, Deventer 1983.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6128b7d4d31670af8de66072dec5c87e6da2f8be46b46fa5e9dd60e37f24dbb2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6128b7d4d31670af8de66072dec5c87e6da2f8be46b46fa5e9dd60e37f24dbb2, en de alinea staat in dat document op bytes 66861 tot 67121.