Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP6783.

1.11. In geschil is het antwoord op de vraag of de vervangingsreserve ad ƒ 1.239.031 in het onderhavige jaar ten gunste van de winst moet vrijvallen, omdat het voornemen tot vervanging in de zin van artikel 8 van de Wet in verbinding met artikel 14 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 van de onroerende zaak is vervallen. Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend en de inspecteur bevestigend. Belanghebbende verdedigt, dat belanghebbende, afgezien van het bestaan van de fiscale eenheid, de onroerende zaak verhuurde aan een derde en dat zij altijd een voornemen heeft gehad een vervangende onroerende zaak te verwerven om deze te verhuren aan een derde.(4) De inspecteur stelt daartegenover, dat de onroerende zaak, door het bestaan van de fiscale eenheid, bestemd was voor eigen gebruik en dat door het verbreken van de fiscale eenheid per 1 januari 1995 het voornemen van belanghebbende daarna was gericht op het verwerven van een onroerende zaak met het oog op verhuur aan derden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6128b7d4d31670af8de66072dec5c87e6da2f8be46b46fa5e9dd60e37f24dbb2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6128b7d4d31670af8de66072dec5c87e6da2f8be46b46fa5e9dd60e37f24dbb2, en de alinea staat in dat document op bytes 11027 tot 12038.