Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004

Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP6783.

2.20. Overigens zal de vervangingsreserve bij splitsing volgens Dijstelbloem(53) meegaan met de maatschappij, die bij splitsing over de aanknopingspunten voor de vorming van de reserve beschikt. Omdat een uitdrukkelijke bepaling ontbreekt, zal deze conclusie moeten worden gebaseerd op een redelijke wetstoepassing, mede in analogie met de regeling van artikel 14 van de Wet(54), aldus vindt deze schrijver. Bij deze regeling wordt aangenomen dat de overnemende vennootschap volledig in de positie treedt van de overdragende vennootschap, zodat zij ook het vervangingsvoornemen kan overnemen.(55) Een vervangingsreserve zal volgens hem (zodoende) kunnen overgaan op de maatschappij die het vervangingsvoornemen heeft. Dat impliceert in ieder geval de mogelijkheid dat (óók) bij een - tot een fiscale eenheid behorende - dochtermaatschappij een vervangingsvoornemen aanwezig kan zijn, zoals dat ook door Van Soest(56) voor mogelijk lijkt te worden gehouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6128b7d4d31670af8de66072dec5c87e6da2f8be46b46fa5e9dd60e37f24dbb2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6128b7d4d31670af8de66072dec5c87e6da2f8be46b46fa5e9dd60e37f24dbb2, en de alinea staat in dat document op bytes 35129 tot 36101.