Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP6874.
Het probleem is echter, dat voor het "inroepen" van een rechtsgevolg, het enkele verwijzen naar het feit dat dat rechtsgevolg teweeg kan brengen niet genoeg is. Dat is wèl genoeg in die situaties waarin de rechter de vrijheid heeft om ambtshalve de aan bepaalde feiten verbonden rechtsgevolgen vast te stellen. Die vrijheid heeft de rechter meestal, maar die heeft hij niet als het gaat om rechtsgevolgen die alleen dan in aanmerking mogen worden genomen, als daar door partijen een beroep op is gedaan. Het gezag van gewijsde vormt - met de verjaring - een van die uitzonderingen. De rechter mag, zoals hiervóór al aangestipt, dat instituut alleen toepassen als een partij zich daarop heeft beroepen. Ware het enkele noemen van de voor een dergelijk "zich beroepen" relevante feiten al voldoende, dan zou deze regel naast de regel dat de rechter ambtshalve rechtsgevolgen aan de in het geding gebleken feiten moet verbinden, inhoudsloos zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/217f2e806b96e5b97fc7dcf856cb92ef3b08007e87a0634b39edfe6ad21c994f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 217f2e806b96e5b97fc7dcf856cb92ef3b08007e87a0634b39edfe6ad21c994f, en de alinea staat in dat document op bytes 12942 tot 13901.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/217f2e806b96e5b97fc7dcf856cb92ef3b08007e87a0634b39edfe6ad21c994f | shasum -a 256