Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP6874.
16) In dit geval is in het vonnis van de rechtbank van 10 maart 1999 (i.h.b. in rov. 3.7) geoordeeld over het tussen partijen betwiste punt van de duur van de huurovereenkomst(en). De rechtbank kwam, zoals al aangestipt, tot de uitkomst dat een duur van tien jaar (twee aansluitende termijnen van vijf jaar) beoogd was, aanvangend op de overeengekomen datum waarop voor het eerst huurpenningen verschuldigd waren (wat volgens de toen niet betwiste stellingen van Dryade 1 januari 1991, de contractueel vastgelegde datum van aanvang van de bouw, zou zijn). Daarvan uitgaande stelde de rechtbank de duur van de overeenkomsten aldus vast, dat die eindigden op 1 januari 2001.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/217f2e806b96e5b97fc7dcf856cb92ef3b08007e87a0634b39edfe6ad21c994f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 217f2e806b96e5b97fc7dcf856cb92ef3b08007e87a0634b39edfe6ad21c994f, en de alinea staat in dat document op bytes 16688 tot 17373.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/217f2e806b96e5b97fc7dcf856cb92ef3b08007e87a0634b39edfe6ad21c994f | shasum -a 256