Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP6874.
18) Daarmee kies ik, in de controverse over dat onderwerp, partij voor het standpunt dat gezag van gewijsde ook kan toekomen aan vaststellingen die op onweersproken partijstellingen berusten - zoals hier het geval was waar het gaat om de vaststelling over de eerste huurbetalingsdatum in het vonnis van 10 maart 1999(16). De andere opvatting leidt, zoals in de vorige alinea besproken, tot de volgens mij onredelijke uitkomst dat een partij, na eerst een bepaald (onweersproken) feit in haar voordeel te hebben laten meewegen, vervolgens op de daardoor verkregen uitkomst kan afdingen door alsnog dat feit - in het kader van dezelfde rechtsbetrekking, zij het op een ander aspect daarvan - ter discussie te stellen(17).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/217f2e806b96e5b97fc7dcf856cb92ef3b08007e87a0634b39edfe6ad21c994f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 217f2e806b96e5b97fc7dcf856cb92ef3b08007e87a0634b39edfe6ad21c994f, en de alinea staat in dat document op bytes 19415 tot 20147.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/217f2e806b96e5b97fc7dcf856cb92ef3b08007e87a0634b39edfe6ad21c994f | shasum -a 256