Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004
Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP6874.
28) Op de eerste vraag ben ik vrij uitvoerig ingegaan in de conclusie vóór HR 11 juli 2003, NJ 2003, 566. In (alinea's 15 - 21 van) die conclusie heb ik verdedigd dat de aangehaalde Rv.-artikelen ertoe strekken (en dat de inmiddels tot stand gekomen Richtlijn 2000/35 EG nader aandringt) dat de rechter gevorderde bedragen wegens proceskosten of buitengerechtelijke kosten (alleen dan) matigt wanneer de gevorderde kosten niet aan de maatstaf van redelijkheid beantwoorden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/217f2e806b96e5b97fc7dcf856cb92ef3b08007e87a0634b39edfe6ad21c994f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 217f2e806b96e5b97fc7dcf856cb92ef3b08007e87a0634b39edfe6ad21c994f, en de alinea staat in dat document op bytes 25730 tot 26219.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/217f2e806b96e5b97fc7dcf856cb92ef3b08007e87a0634b39edfe6ad21c994f | shasum -a 256