Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP6874.

33) Met die wegingsfactoren voor ogen denk ik, dat de motivering van de hier in cassatie bestreden beslissing niet aan de minimum-eis beantwoordt. Ik gaf al aan dat in het vonnis van 6 maart 2002 niet wordt toegelicht waarom het in de hier geldende omstandigheden excessief belastend en niet-redelijk zou zijn wanneer de Staat, daar waar die als de in het ongelijk gestelde partij wordt aangemerkt, met de (volledige) kosten van door Dryade ingezette rechtsbijstand zou worden belast. In het algemeen, zo is men geneigd te denken, is die uitkomst in een rechtsverhouding tussen sociaal economisch "weerbare" en op commerciële voet met elkaar verkerende partijen als de onderhavige, niet onredelijk(26). Het vergt uitleg - in de motivering -, wil duidelijk of tenminste aanvaardbaar zijn, waarom de rechter in het gegeven geval tot de andere uitkomst heeft besloten(27).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/217f2e806b96e5b97fc7dcf856cb92ef3b08007e87a0634b39edfe6ad21c994f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 217f2e806b96e5b97fc7dcf856cb92ef3b08007e87a0634b39edfe6ad21c994f, en de alinea staat in dat document op bytes 30563 tot 31446.