Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004

Alinea 107 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP7760.

2.36 Ik meen echter dat uit de nadere motivering door het hof van de gederfde winst, te weten het verschil tussen de prijs waarvoor [eiseres] de woning uiteindelijk heeft verkocht (ƒ 1.575.000,--) en de prijs waarvoor zij de woning aan [verweerder] c.s. diende te leveren (ƒ 1.425.000,--), in verbinding met de (subsidiaire) grondslag van deze schadevergoedingsvordering door [verweerder] c.s., kan worden afgeleid dat het hof hier de winstafdracht van art. 6:104 BW heeft bedoeld(33). Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is in het licht van de stellingen van partijen ook niet onbegrijpelijk. Onderdeel 4 faalt derhalve in zijn geheel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4d2fba22d2173661a371e66dbb77db8b19de12153515cdc2c16961c572ea0f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4d2fba22d2173661a371e66dbb77db8b19de12153515cdc2c16961c572ea0f8, en de alinea staat in dat document op bytes 38140 tot 38820.