Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004

Alinea 108 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP7760.

2.37 Onderdeel 6 keert zich tegen rechtsoverweging 4 van het bestreden arrest waar het hof het bewijsaanbod van ieder van partijen heeft gepasseerd als niet ter zake dienend. Betoogd wordt dat dit oordeel onbegrijpelijk is in het licht van de "onderzoeksopdracht" die de Hoge Raad heeft gegeven in zijn arrest van 13 april 2001 (NJ 2002, 391) en gelet op hetgeen met name in de middelonderdelen 1 en 2 is betoogd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4d2fba22d2173661a371e66dbb77db8b19de12153515cdc2c16961c572ea0f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4d2fba22d2173661a371e66dbb77db8b19de12153515cdc2c16961c572ea0f8, en de alinea staat in dat document op bytes 38859 tot 39285.