Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004

Alinea 115 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP7760.

3.2 Onderdeel 1 klaagt dat het hof hetzij de contractuele grondslag voor de verhaalskosten als bedoeld in art. 11 lid 2 van de koopakte over het hoofd heeft gezien, hetzij heeft miskend dat het partijen rechtens vrijstaat om in afwijking van art. 6:96 lid 2 onder c BW in verbinding met art. 241 (57 oud) Rv. overeen te komen dat de in het ongelijk gestelde partij alle door de wederpartij feitelijk - buiten en in rechte - gemaakte verhaalskosten zal moeten vergoeden. Betoogd wordt dat in dit laatste geval voor de toewijsbaarheid van de vordering niet de door het hof bedoelde eis geldt dat die wederpartij ([verweerder] c.s.) eerst zou moeten aantonen dat de door haar gevorderde verhaalskosten niet de te liquideren kosten betreffen en wel aan de zogenaamde dubbele redelijkheidstoets voor buitengerechtelijke kosten voldoen. Opgemerkt wordt dat [verweerder] c.s. ook geen aanspraak hebben gemaakt op cumulatie van hun werkelijke verhaalskosten met de te liquideren kosten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4d2fba22d2173661a371e66dbb77db8b19de12153515cdc2c16961c572ea0f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4d2fba22d2173661a371e66dbb77db8b19de12153515cdc2c16961c572ea0f8, en de alinea staat in dat document op bytes 41160 tot 42151.