Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004

Alinea 136 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP7760.

Vervolgens heeft het hof met juistheid geoordeeld dat feiten dienen te worden gesteld waaruit blijkt dat de gevorderde kosten buitengerechtelijke kosten betreffen, nu immers proceskosten niet daaronder kunnen worden begrepen, en waaruit blijkt dat die kosten redelijk zijn en redelijkerwijs gemaakt moesten worden (art. 6:96 lid 2 onder b en c BW)(41). Het oordeel van het hof dat [verweerder] c.s. niet aan deze stelplicht hebben voldaan, wordt in cassatie niet bestreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4d2fba22d2173661a371e66dbb77db8b19de12153515cdc2c16961c572ea0f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4d2fba22d2173661a371e66dbb77db8b19de12153515cdc2c16961c572ea0f8, en de alinea staat in dat document op bytes 48335 tot 48822.