Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004
Alinea 147 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP7760.
5 Het hof heeft terecht tot uitgangspunt genomen dat de opdracht van [eiseres] aan makelaar [betrokkene 1] tot bemiddeling "zoals bij dit soort opdrachten gebruikelijk" geen volmacht inhield tot het sluiten van een koopovereenkomst zodat met deze opdracht niet de schijn van bevoegdheid van makelaar [betrokkene 1] kan zijn gewekt. De koopovereenkomst die een makelaar als bemiddelaar in de zin van art. 7:425 BW voorbereidt, wordt aangegaan op naam van de opdrachtgever. Zie hiervoor art. 7:425-427 BW en de Toelichting Meijers bij art. 7.7.4.1 OBW, Groene boek p. 1009-1010. Zie ook Asser-Kortmann-De Leede-Thunnissen (1994), nrs. 180-183; Bijzondere overeenkomsten, Van Neer-van den Broek, Titel 7, afdeling 3, Inleiding, aant. 1-2 en art. 425, aant. 1 onder 2 met verdere gegevens.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4d2fba22d2173661a371e66dbb77db8b19de12153515cdc2c16961c572ea0f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4d2fba22d2173661a371e66dbb77db8b19de12153515cdc2c16961c572ea0f8, en de alinea staat in dat document op bytes 50060 tot 50858.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e4d2fba22d2173661a371e66dbb77db8b19de12153515cdc2c16961c572ea0f8 | shasum -a 256