Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004

Alinea 184 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP7760.

41 Vgl. HR 26 maart 1993, NJ 1995, 42 m.nt. CJHB (rov. 3.5): "(...) Zoals het hof met juistheid heeft beslist, volgt uit HR 3 april 1987, NJ 1988, 275, dat Roozen c.s. naast hun aanspraak op de geliquideerde proceskosten slechts aanspraak kunnen maken op vergoeding van de kosten die zij eventueel hebben gemaakt ter zake van andere verrichtingen dan die waarvoor de in de art. 56 en 57 Rv bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten. Het hof heeft voorts, in cassatie onbestreden, vastgesteld dat Roozen c.s. hebben nagelaten zulke andere verrichtingen te stellen en te specificeren, aan welke vaststelling het terecht de gevolgtrekking heeft verbonden dat appelgrief X faalt." Zie over de stelplicht Verbintenissenrecht, Lindenbergh, art. 96, aant. 199 met verwijzing naar het Rapport Voor-Werk II, onder 9: "De specificatie van de buitengerechtelijke kosten dient te bestaan uit een omschrijving van de verrichtingen - andere dan die bedoeld in art. 57 lid 6 [oud, W-vG] Rv. -, het daarmee gemoeide aantal uren en het gehanteerde uurtarief". Zie voor het door de rechter te verrichten feitenonderzoek HR 27 juni 1997, NJ 1997, 651 (rov. 3.5) en zijn motiveringsplicht HR 28 januari 2000, NJ 2000, 256 (rov. 4.3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4d2fba22d2173661a371e66dbb77db8b19de12153515cdc2c16961c572ea0f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4d2fba22d2173661a371e66dbb77db8b19de12153515cdc2c16961c572ea0f8, en de alinea staat in dat document op bytes 57779 tot 59015.