Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP7760.

"3.3 (...) Deze feiten, ook in onderlinge samenhang bezien, rechtvaardigen de conclusie dat ook al was [betrokkene 1] niet bevoegd tot het sluiten van een koopovereenkomst namens [[eiseres]], deze laatste door de indirecte wijze waarop zij via [betrokkene 2] en [betrokkene 1] met [verweerder] c.s. heeft gecommuniceerd, en doordat zij nadat volgens [verweerder] c.s. de koop was gesloten, hetgeen zij wist of moest weten, niet dadelijk bij het eerste rechtstreekse contact heeft laten blijken dat zulks volgens haar niet het geval was, de schijn heeft gewekt dat [betrokkene 1] een juiste mededeling heeft gedaan aan [verweerder] c.s.. Daarom is [[eiseres]] gebonden aan de mededeling van [betrokkene 1] dat [[eiseres]] het bod had aanvaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4d2fba22d2173661a371e66dbb77db8b19de12153515cdc2c16961c572ea0f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4d2fba22d2173661a371e66dbb77db8b19de12153515cdc2c16961c572ea0f8, en de alinea staat in dat document op bytes 9829 tot 10585.