Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004

Alinea 86 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP7760.

Lezing van het dossier leert dat [eiseres] ten aanzien van de matiging van de bedongen boete in eerste instantie slechts heeft gesteld dat [verweerder] c.s. geen feitelijke schade hebben geleden en, voorzover zij wel schade zouden hebben geleden, deze schade volledig aan zichzelf te wijten hebben(19). In hoger beroep heeft [eiseres] dit laatste nader uitgewerkt met de stelling dat het [verweerder] c.s. zijn geweest die het transport, ook na verkrijging van het kortgedingvonnis, hebben uitgesteld en nooit meer hebben aangedrongen op een overdracht(20). Deze laatste omstandigheid heeft [eiseres] ook in stelling gebracht tegen de door [verweerder] c.s. gevorderde schade(21).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4d2fba22d2173661a371e66dbb77db8b19de12153515cdc2c16961c572ea0f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4d2fba22d2173661a371e66dbb77db8b19de12153515cdc2c16961c572ea0f8, en de alinea staat in dat document op bytes 28073 tot 28766.