Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2004

Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP8400.

3. Het eerste middel keert zich tegen de verwerping van het verweer dat verzoeker de in de bewezenverklaring genoemde geldbedragen van [medeverdachte 2] niet als gift of uitvloeisel van een belofte, als bedoeld in art. 328ter Sr, heeft ontvangen, maar als aandeel in koerswinsten, behaald binnen een informeel beleggingsclubje waarvan verzoeker en [medeverdachte 2] deel uitmaakten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/042fed72984d6b496327c3032a44ccec63ca67b252f06e1b751f75ce9e693c30. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 042fed72984d6b496327c3032a44ccec63ca67b252f06e1b751f75ce9e693c30, en de alinea staat in dat document op bytes 7296 tot 7691.