Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2004
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP8400.
3. Waar het bestaan van een 'beleggingsclubje' niet aannemelijk is geworden, is het hof van oordeel dat de gelden die verdachte in ontvangst heeft genomen, moeten worden aangemerkt als giften die hij in strijd met de goede trouw heeft verzwegen tegenover zijn werkgeefster. Immers, verdachte - destijds werkzaam bij [E] N.V. te Amsterdam - ontving deze geldbedragen naar aanleiding van inlichtingen en/of adviezen over effectentransacties die hij had gegeven aan [medeverdachte 2], directeur van [A] (verder te noemen: [A]) dat een vaste relatie van [E] was. Aldus oefende hij tijdens zijn werkzaamheden voor [E] ten eigen bate een goed betaalde nevenfunctie in dezelfde branche uit. De extra inkomsten die hij op die manier verwierf waren dusdanig ongebruikelijk dat hij deze tegenover zijn werkgeefster niet geheim kon houden zonder daarmee in strijd te handelen met de goede trouw, in de zin zoals dit begrip wordt gebezigd in artikel 328ter van het Wetboek van Strafrecht (waartoe het hof - kortheidshalve - verwijst naar Kamerstuk TK 8437, nr. 4, p. 15 en 16 (1965-1966)).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/042fed72984d6b496327c3032a44ccec63ca67b252f06e1b751f75ce9e693c30. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 042fed72984d6b496327c3032a44ccec63ca67b252f06e1b751f75ce9e693c30, en de alinea staat in dat document op bytes 13470 tot 14560.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/042fed72984d6b496327c3032a44ccec63ca67b252f06e1b751f75ce9e693c30 | shasum -a 256