Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2004

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP8400.

6. Die tegenstrijdigheid zie ik niet. Voor zover uit de gebezigde bewijsmiddelen al afgeleid zou kunnen worden dat [medeverdachte 2] koersverliezen in mindering heeft gebracht op de bedragen die hij aan verzoeker en [medeverdachte 3] uitkeerde, lijkt mij dat niet onverenigbaar met de vaststelling dat die betalingen bedoeld waren als beloning voor de tips die wèl profijtelijke transacties hebben opgeleverd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/042fed72984d6b496327c3032a44ccec63ca67b252f06e1b751f75ce9e693c30. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 042fed72984d6b496327c3032a44ccec63ca67b252f06e1b751f75ce9e693c30, en de alinea staat in dat document op bytes 15778 tot 16202.