Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2004

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP8400.

14. Algemeen wordt de in art. 328ter Sr opgenomen strafbaarstelling - het eerste lid richt zich tegen degene die zich betalingen of beloften laat welgevallen; het tweede lid is gericht op degene die de betalingen of beloften doet - aangeduid als "omkoping" (van anderen dan ambtenaren). Die kwalificatie kan licht een verkeerde indruk wekken. "Omkoping" suggereert dat iemand zich door giften of beloften laat verleiden tot gedrag dat zonder die giften of beloften niet zou zijn vertoond. Dat is evenwel niet de kern van art. 328ter Sr. Deze strafbaarstelling raakt, op zichzelf beschouwd, niet aan de materiële juistheid, zuiverheid of geoorloofdheid van de handelingen of beslissingen waartegenover de gift of de belofte werd gesteld. Bestrijding van oneerlijkheid in het zakelijk verkeer is zonder twijfel een achterliggende doelstelling van art. 328ter Sr, maar in rechtstreekse zin beschermt deze bepaling alleen de zuiverheid van de dienstbetrekking, vgl. HR NJ 1991, 318 en J.F.L. Roording, Corruptie in het Nederlandse strafrecht, DD 2002, p. 106 e.v. Zodra vaststaat dat een niet-ambtelijke werknemer een gift of belofte, hem gedaan naar aanleiding van zijn optreden in dienstbetrekking, accepteerde doch in strijd met de goede trouw naliet zijn werkgever daarvan op de hoogte te brengen is de strafbaarheid gevestigd. Daarvoor is niet van belang of het handelen van die werknemer daadwerkelijk is gecorrumpeerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/042fed72984d6b496327c3032a44ccec63ca67b252f06e1b751f75ce9e693c30. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 042fed72984d6b496327c3032a44ccec63ca67b252f06e1b751f75ce9e693c30, en de alinea staat in dat document op bytes 22549 tot 23984.