Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2004
Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP8400.
16. Verder wordt opgemerkt dat een zinsnede in de door dit middel bestreden overwegingen redengevende kracht ontbeert, aangezien het Hof eerder vaststelde dat niet te bewijzen valt dat de door [medeverdachte 2] uitgevoerde effectentransacties "als zodanig irregulier" waren. Daarom zou onbegrijpelijk zijn dat het Hof, in de laatste volzin van zijn overwegingen, heeft vastgesteld dat [medeverdachte 2] zich door het overleg met verzoeker een ontoelaatbare informatiepositie heeft verworven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/042fed72984d6b496327c3032a44ccec63ca67b252f06e1b751f75ce9e693c30. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 042fed72984d6b496327c3032a44ccec63ca67b252f06e1b751f75ce9e693c30, en de alinea staat in dat document op bytes 24555 tot 25059.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/042fed72984d6b496327c3032a44ccec63ca67b252f06e1b751f75ce9e693c30 | shasum -a 256