Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2004

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP8400.

20. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat [medeverdachte 2] ter zake van voorstellen voor effectentransacties betalingen heeft gedaan aan verzoeker en [medeverdachte 3] (die bij het doen van die voorstellen veelal met elkaar samenwerkten), en op soortgelijke wijze betalingen heeft gedaan aan [medeverdachte 1], [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4]. De laatste was overigens werkzaam bij het door [medeverdachte 2] geleide bedrijf [A] te Londen. Ook valt uit de gebezigde bewijsmiddelen op te maken dat [medeverdachte 6], als medewerker van de in Nederland gevestigde [G], opdrachten van [medeverdachte 2] heeft uitgevoerd in verband met transacties via rekeningen van de rechtspersonen [B] Ltd, [D] Ltd, [C] Ltd en [A] Ltd ([A]). Blijkens de bewijsmiddelen heeft [medeverdachte 2], handelende als (managing) director van [A], de transacties ten name van [B], [D] en [C] doen uitvoeren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/042fed72984d6b496327c3032a44ccec63ca67b252f06e1b751f75ce9e693c30. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 042fed72984d6b496327c3032a44ccec63ca67b252f06e1b751f75ce9e693c30, en de alinea staat in dat document op bytes 26766 tot 27685.