Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2004

Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP8400.

28. Het komt mij voor dat een verdergaande eis aan de wetenschap omtrent de kring van deelnemers niet gesteld kan worden. Ik zie met name geen reden om te eisen dat de deelnemer op de hoogte is geweest van de gehele organisatie, dan wel kennis heeft gedragen van de identiteit of de rol van alle andere deelnemers, of van een belangrijk deel van die andere deelnemers. Een dergelijke eis kan (in verband met het opzet van de deelnemer) naar mijn inzicht niet gesteld worden, enerzijds omdat er rekening mee moet worden gehouden dat de inrichting van criminele organisaties meebrengt dat de (althans sommige) deelnemers slechts degenen kennen met wie zij rechtstreeks samenwerken, anderzijds omdat het ondersteunen van een criminele organisatie zijn strafwaardigheid niet verliest indien de deelnemer slechts gedeeltelijk op de hoogte is geweest van het criminele samenwerkingsverband, in de omvang waarin die organisatie ten tijde van de berechting zichtbaar gemaakt kan worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/042fed72984d6b496327c3032a44ccec63ca67b252f06e1b751f75ce9e693c30. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 042fed72984d6b496327c3032a44ccec63ca67b252f06e1b751f75ce9e693c30, en de alinea staat in dat document op bytes 31883 tot 32875.