Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2004
Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP8400.
Het hof is van oordeel dat het tijdsverloop gedurende het gerechtelijk vooronderzoek niet zodanig lang is geweest dat, ondanks de voortvarendheid in de latere stadia, toch sprake is van schending van genoemd recht. Uit de processtukken blijkt dat verscheidene getuigen op verzoek van de verdediging zijn gehoord en zich dientengevolge nauwelijks perioden van inactiviteit hebben voorgedaan. Hierbij komt dat verdachte aanvankelijk categorisch heeft ontkend ooit geld van [medeverdachte 2] te hebben aangenomen en een bankrekening bij [H] te Genève te hebben aangehouden; bij schrijven van 5 november 2000 heeft hij vervolgens een andere proceshouding ingenomen. Op die manier heeft verdachte het onderzoek in zijn zaak bemoeilijkt en vertraagd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/042fed72984d6b496327c3032a44ccec63ca67b252f06e1b751f75ce9e693c30. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 042fed72984d6b496327c3032a44ccec63ca67b252f06e1b751f75ce9e693c30, en de alinea staat in dat document op bytes 38448 tot 39207.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/042fed72984d6b496327c3032a44ccec63ca67b252f06e1b751f75ce9e693c30 | shasum -a 256