Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2004
Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP8460.
35. Ook indien 's Hofs overwegingen in deze zin verstaan moeten worden lijkt mij dat zijn uitspraak niet in stand kan blijven. In deze benadering is door toedoen van Nederlandse opsporingsambtenaren en het Openbaar Ministerie het vertrouwen beschaamd dat Staten bij het verlenen van rechtshulp in elkaar moeten kunnen stellen. Het gevolg daarvan zou kunnen zijn dat Zwitserland zich benadeeld acht doordat zijn autoriteiten niet ten volle gebruik hebben kunnen maken van de bij verdrag voorbehouden bevoegdheid rechtshulp ter zaken van bepaalde categorieën van delicten te weigeren, dan wel het vergaarde materiaal alleen aan de verzoekende Staat over te dragen onder beding dat dit alleen gebruikt mag worden bij de vervolging en berechting van de delicten die in het rechtshulpverzoek zijn genoemd, vgl. het voorbehoud dat Zwitserland ten aanzien van art. 2 ERV heeft gemaakt. Ook zou Zwitserland zich benadeeld kunnen achten indien een onjuiste omschrijving, in een rechtshulpverzoek, van de aanwijzingen tegen één of meer als verdachte genoemde personen heeft geleid tot overtreding van het in Zwitserland geldende verbod opsporingsbevoegdheden toe te passen zonder een reeds bestaande verdenking (de "Beweisausforschung").
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/905f528326a67ba796a7988c093986fc17a658efc92666fc7a8f386f348a6675. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 905f528326a67ba796a7988c093986fc17a658efc92666fc7a8f386f348a6675, en de alinea staat in dat document op bytes 53071 tot 54314.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/905f528326a67ba796a7988c093986fc17a658efc92666fc7a8f386f348a6675 | shasum -a 256