Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004

Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP9665.

2.27 De vraag of, in hoeverre en op welke wijze de formele procespartij aan de gedaagde dient kenbaar te maken dat hij niet (alleen) voor zijn eigen belangen in rechte opkomt maar (ook) voor de belangen van een ander als materiële procespartij, hangt af van de aard van hun onderlinge rechtsverhouding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbe90bf617c22fd111a867544a5f0c286154d6691db777fbbcff9980e5ce094a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbe90bf617c22fd111a867544a5f0c286154d6691db777fbbcff9980e5ce094a, en de alinea staat in dat document op bytes 36567 tot 36883.