Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004

Alinea 121 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP9665.

2.30 In de eerste instantie is van de zijde van [eiser] gesteld dat hij mede namens de vennootschap [B] B.V. in conventie verweer voert én de eis in reconventie instelt(30). De advocaat van [eiser] heeft voorts ter comparitie verklaard dat per 1 januari 2001 niet [eiser] maar "de BV" de erfverpachter is en "de BV" aan [eiser] een "procesmachtiging" had gegeven uit hoofde waarvan hij in reconventie als vertegenwoordiger en voor rekening en risico van de BV optreedt en ontvankelijk is in de reconventionele vordering(31).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbe90bf617c22fd111a867544a5f0c286154d6691db777fbbcff9980e5ce094a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbe90bf617c22fd111a867544a5f0c286154d6691db777fbbcff9980e5ce094a, en de alinea staat in dat document op bytes 38903 tot 39442.