Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004

Alinea 122 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP9665.

In hoger beroep heeft [eiser] bij memorie van grieven nader uiteen gezet dat de BV [eiser] in privé "last althans procesvolmacht" heeft geven om voor haar rekening en risico namens de vennootschap in conventie verweer te voeren en in reconventie vorderingen in te stellen en dat de procesvolmacht ook geldt voor het onderhavig hoger beroep, waarbij [eiser] voor de periode na 27 maart 2001 als de "vermeende procespartij betaling van schadevergoeding wegens misgelopen canon vordert als "gevolmachtigde" van de BV"(32).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbe90bf617c22fd111a867544a5f0c286154d6691db777fbbcff9980e5ce094a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbe90bf617c22fd111a867544a5f0c286154d6691db777fbbcff9980e5ce094a, en de alinea staat in dat document op bytes 39450 tot 39983.