Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004
Alinea 123 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP9665.
2.31 Wat er zij van de door [eiser] gegeven kwalificaties van de hoedanigheid waarin hij voor [B] B.V. in rechte zou optreden, uit de tekst van de overgelegde akte van 1 mei 2001(33) - die het hof in rechtsoverweging 7 ook bij zijn beoordeling in hoger beroep tot uitgangspunt nam - volgt dat [eiser] en deze vennootschap als contractspartijen onmiskenbaar een 'cessie ter incasso' voor ogen heeft gestaan en zij daartoe een overeenkomst van lastgeving/opdracht hebben gesloten uit hoofde waarvan [eiser] bevoegd is om als formele procespartij in de onderhavige procedure tevens op eigen naam maar voor rekening en risico van die vennootschap verweer te voeren en vorderingen in te stellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbe90bf617c22fd111a867544a5f0c286154d6691db777fbbcff9980e5ce094a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbe90bf617c22fd111a867544a5f0c286154d6691db777fbbcff9980e5ce094a, en de alinea staat in dat document op bytes 40021 tot 40724.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bbe90bf617c22fd111a867544a5f0c286154d6691db777fbbcff9980e5ce094a | shasum -a 256